Met betrekking tot het pensioen dat nabestaanden kunnen ontvangen zijn er een aantal zaken te onderscheiden.
In de eerste plaats is er de regelgeving van de ANW, de Algemene Nabestaanden Wet, waar nabestaanden eventueel voor in aanmerking kunnen komen als er wordtvoldaan aan de gestelde voorwaarden. Daarnaast bestaat er mogelijk aanspraak op het pensioen voor nabestaanden dat de overledenen heeft opgebouwd via zijn of haar werkgever bij een pensioenfonds.
Pensioen voor nabestaanden op grond van de ANW
Om voor een nabestaandenpensioen op grond van de ANW in aanmerking te komen zal er moeten worden voldaan aan een van de drie gestelde voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat de nabestaande geboren is voor het jaar 1950 of dat er sprake is van een inwonend kind jonger dan 18 jaar of als de nabestaanden minimaal voor 45 procent is afgekeurd. Algemene voorwaarde is dat de nabestaande jonger moet zijn dan 65 jaar en dat de overledenen verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden. De ANW beschouwt niet alleen gehuwde personen als rechthebbende, maar ook mensen met een geregistreerd partnerschap of mensen die samenwonen. Zelfs na een scheiding is het eventueel mogelijk als nabestaande gekenmerkt te worden en aanspraak te maken op het pensioen voor nabestaanden ingevolge de ANW.
Recht op pensioen voor nabestaanden
Een andere aanspraak op nabestaandenpensioen kan bestaan als de overleden partner via de werkgever heeft deelgenomen aan de opbouw van een pensioen.
• Een van de kenmerken van het pensioenfonds is dat er verschillende regels kunnen worden gesteld met betrekking tot het aanspraak kunnen maken op een pensioen voor nabestaanden.
• Een pensioenfonds kan bijvoorbeeld als voorwaarde stellen dat samenwonenden eerst een samenlevingsovereenkomst moeten opstellen en dat de partner zelf actie moet ondernemen om zich bij het betreffende pensioenfonds aan te melden. Een ander pensioenfonds kan samenwonenden weer gelijk stellen met gehuwden zonder zelfstandige aanmelding, maar wel met de voorwaarde dat er een samenlevingsovereenkomst is opgesteld.
• Ook een kind kan voor een nabestaandenpensioen in aanmerking komen, waarbij als voorwaarde kan worden gesteld dat er geen sprake is of is geweest van een huwelijk of geregistreerd partnerschap van het kind en dat het kind nog jonger is dan 21 jaar.
• Aangezien de voorwaarden niet bij elk pensioenfonds parallel lopen is het aan te raden om bij het eigen pensioenfonds te informeren naar de voorwaarden van het recht op pensioen voor nabestaanden.